Schijnzelfstandigheid: zachte landing eindigt, handhaving en risico’s nemen toe

Per 1 januari 2026 scherpt de Belastingdienst de handhaving aan en komt er een einde aan de zogenoemde “zachte landing”. Als gevolg hiervan kunnen organisaties vanaf 1 januari te maken krijgen met onaangekondigde inspecties door de Belastingdienst en kunnen er ook boetes en naheffingen worden opgelegd.

Los hiervan gold al dat er arbeidsrechtelijke risico’s zijn in het geval een opdrachtrelatie achteraf toch als een arbeidsovereenkomst kwalificeert. Zo kan de werkende aanspraak maken op loon en emolumenten, loon tijdens vakantie en ziekte en wordt hij bijvoorbeeld beschermd tegen ontslag door het arbeidsrecht. Daarnaast kunnen pensioenfondsen zich melden om met terugwerkende kracht de pensioenbijdrage af te dwingen.  

Dat deze risico’s reëel zijn, illustreert een recente rechterlijke uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 19 september 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:5440) waarin een accountant, ondanks een BV-structuur en opdrachtovereenkomst, toch als werknemer werd aangemerkt.

De accountant werkte fulltime op locatie van de opdrachtgever, had vaste werktijden, verrichtte kernactiviteiten binnen de organisatie en was volledig geïntegreerd in het team. Van een eigen klantenkring of commerciële activiteiten buiten deze opdracht was nauwelijks sprake. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De gekozen contractvorm en de BV-structuur waren niet doorslaggevend. Doorslaggevend was het totaalbeeld: de organisatorische controle en de mate van inbedding wogen zwaarder dan het papierwerk.

Omdat de organisatie het contract met de accountant had beëindigd zonder toestemming van de rechter of het UWV, moest de organisatie niet alleen de transitievergoeding betalen, maar ook een schadevergoeding van € 31.103,25 bruto vanwege het niet in achtnemen van de wettelijke opzegtermijn en een billijke vergoeding van € 35.000,-.

VBAR: verduidelijking geen versoepeling

Tegelijkertijd staat de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR) op de agenda om meer duidelijkheid te geven over schijnzelfstandigheid. Van een versoepeling is echter geen sprake. Integendeel: de wet codificeert bestaande rechtspraak en legt de nadruk op het element van gezag. Het (gewijzigde) wetsvoorstel VBAR is op dit moment nog in behandeling bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 juli 2026.

Wat kun je doen als werkgever?

Voor zij die nog geen serieuze actie hebben ondernomen om schijnzelfstandigheid in hun organisatie aan te pakken en de risico’s in kaart te brengen, is ons dringende advies om dit alsnog te doen om verrassingen te voorkomen. Immers, inspecties door de Belastingdienst vinden onaangekondigd plaats en ook arbeidsrechtelijk bestaan er zoals aangegeven nu al risico´s.

Stappenplan:

  1. Breng in kaart wie als zelfstandige werkzaam is binnen de organisatie
  2. Verzamel en inventariseer de bijbehorende contracten en afspraken
  3. Check hoe in de praktijk wordt gewerkt en beoordeel of de samenwerking voldoende zelfstandige kenmerken heeft
  4. Ga in gesprek met de werkende en pas de overeenkomst en werkwijze eventueel aan
  5. Evalueer periodiek de praktijk

Deel dit artikel:

Experts op dit gebied

Blijf op de hoogte

Wil je alle arbeidsrecht updates ontvangen? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Gerelateerde artikelen

Download onze whitepaper

Succesvol reorganiseren in de praktijk

Vul je e-mailadres in en ontvang de whitepaper in je mailbox.